Deze site gebruikt cookies. Is dat ok?
In het vorige deel vertelde ik hoe wij in de Souda-baai onder de rots van de dochter van Atlas – Kalypso – min of meer schipbreuk leden.

Gelukkig was de boot onbeschadigd gebleven, enkel waren we een aantal dingen kwijt geraakt toen de boot over de kop was geslagen. Vooral één ding kwam hard aan en dat was mijn camera met heel veel waardevolle foto's en films die we tussen Sougia en hier hadden gemaakt. Gelukkig hadden we de GSM nog, dus konden we nog wel foto's maken.



Omdat vrij op het strand kamperen hier niet mogelijk was en de camping een honderd meter van het strand verwijderd lag, braken we de boot af en namen die mee naar de camping waar we alles wat nat was geworden konden laten drogen. Dingen die niet nat hadden mogen worden – zoals de netbook – die waren keurig droog gebleven in de waterdichte zakken waarin we die hadden verpakt.
We besloten onze reis niet verder te vervolgen over zee omdat daar toch niet voldoende tijd meer voor zou zijn.
Natuurlijk viel ons de overeenkomst met het verhaal van Odysseus wel op: had die niet eveneens schipbreuk geleden voordat hij bij Kalypso terecht kwam?
Was dit allemaal toeval geweest?

Laten we er voor de aardigheid dan het verhaal van Odysseus weer eens bij gaan halen. Hoe was hij bij de dochter van Atlas terecht gekomen?
Het verhaal begint nu nadat Odysseus allerlei gevaren heeft moeten trotseren om weer thuis te komen. Eerst de Sirenen die met hun gezang zeelieden laten verdrinken. En dan de monsters Scylla en Charibdis waardoor Odysseus weer zes mannen kwijt raakt.

 

Toen kwamen zij op het eiland terecht van de Godheid Helios. Zowel Circe als de blinde ziener Theresias hadden Odysseus gewaarschuwd de runderen op dit eiland met rust te laten.
Maar die oh zo ongehoorzame mannen van Odysseus slachtten er stiekem toch een aantal toen hun leider sliep.

 

 

 

- En toen verdween de zoete slaap van mijn oogleden. In gejammer barstte ik uit en ik riep luid tot de onsterfelijke goden:
"Vader Zeus en andere gelukzalige, eeuwige goden, werkelijk, tot mijn ondergang bracht u mij in onbedwingbare slaap. Want mijn mannen, die achterbleven, bedachten een grote wandaad".
- Snel bracht Lampetia de gebeurtenis over aan Helios Hyperion: dat wij zijn runderen geslacht hadden. En terstond sprak hij ziedend tot de onsterfelijken:
"Vader Zeus, straf de mannen van Odysseus, die in hun overmoed mijn runderen slachtten.”

 

 

 

 

 

 

 

Tot hem nu ten antwoord sprak de wolkenverzamelaar Zeus:

"Mijn beste Zon, blijf schijnen voor de onsterfelijken Ik zal van hen dra het snelle schip treffen met mijn flikkerende bliksem en het kort en klein slaan midden op de wijnkleurige zee."

 

 - Dit heb ik zelf gehoord van Kalypso en die zei het vernomen te hebben van Hermes, de begeleider.
Ik schold de een na de ander in zijn gezicht uit, maar we konden geen uitweg meer vinden: de runderen waren toch al dood.
Toen ging de wind dan toch luwen na het razen van de storm. Dadelijk gingen we aan boord en stuurden de volle zee op. Maar toen we het eiland achter ons hadden gelaten, en er nergens nog ander land te zien was, toen zond de zoon van Kronos een donkere bewolking en de zee werd daaronder duister.

Al snel blies een gierende westerstorm met orkaankracht en het geweld van de storm reet beide maststagen aan flarden; en de mast viel achterover en alle tuigage vloog omlaag in het ruim. Ik kroop snel rond door het schip, totdat een geweldige golf de kielbalk los had geslagen van de scheepswand zodat de deining hem kaal ronddreef en hij sloeg ook de mast in de richting van de kielbalk; de stag, vervaardigd van rundleer, zat daar nog aan vast, daarmee bond ik beide aaneen, de kielbalk samen met de mast, en daarop geklauterd liet ik mij door de dodelijke stormen meevoeren.



En hier zien we dan wat er gebeurde dus. Westerstorm, deining... Dat klinkt bepaald niet onbekend.

- Toen luwde wel de westenwind met zijn storm - Vandaar werd ik meegesleurd, en de goden voerden mij naar het eiland Ogygia, waar Kalypso haar woning heeft, een geduchte godin die mensentaal spreekt.
Zij nam me op en onthaalde me.
"

Overigens hebben sommigen al eens gemeend het eerder door mij genoemde eiland Gavdos te kunnen identificeren als Ogygia. Datzelfde eiland waar Paulus mee te maken had gekregen en vanwaar dezelfde Odysseus naar Polyfimos de cycloop was gereisd. Nu ligt Gavdos natuurlijk niet zo extreem ver van de baai van Souda gedaan maar het gegeven dat men ook wat betreft Ogygia aan Kreta denkt zegt gelijk iets over in hoeverre het waar kan zijn dat Calypso en haar ontmoeting met Odysseus eveneens te Kreta had plaatsgevonden.

Nou, en als er dan toch zoveel overeenkomsten bleken te bestaan tussen het verhaal van Odysseus en onze ervaringen, dan moesten wij ook maar eens op zoek gaan naar het huis van Calypso zelf. Het wandelpad met de bordjes hadden we al gezien, dus we trokken er een dagje voor uit en gingen op pad.

 

Het weer was nog steeds niet helemaal tot rust gekomen toen we de volgende dag besloten te gaan kijken of Kalypso thuis zou zijn.
Er was vanaf het strand waar we schipbreuk hadden geleden slechts één pad wat die kant op voerde en we wisten dat we dan over een flink aantal rotsen heen zouden moeten klimmen om er te komen.

 

Het pad ging de hoogte in en langs een steil gedeelte waar de rotsen zo de zee in staken.
Zo liepen we verder over een pad dat naar het uiteinde van de kaap toe ging, tot we op een zeker moment bouwsels konden waarnemen…

 

De vraag was of ze thuis zou zijn?

"- Vandaar werd ik meegesleurd, en voerden de goden mij naar Ogygia, waar Kalypso met mooie vlecht haar woning heeft, geduchte godin die mensentaal spreekt. Zij nam me op en onthaalde me."


Dan gaat het verhaal in derde persoon verder.

"Hoezeer hij ook miste zijn thuis en zijn vrouw, de machtige Kalypso, stralende onder de godinnen, hield hem vast in een gewelfde grot, ernaar hunkerend dat hij haar man zou zijn.
Maar de goden, zij waren allen begaan met zijn lot behalve Poseidon: die was onophoudelijk vertoornd op de weergaloze Odysseus.

 

Toen Hermes het verafgelegen land bereikt had ging hij aan land en liep verder tot hij de grote grot bereikte, waarin de nimf met de mooie vlecht woonde; en hij trof haar binnen aan.

 

 

 

 

Daar bleef de gids, de doder van Argus, vol bewondering staan.
Maar toen hij dan aan alles zich verlustigd had, ging hij af op de brede grot. En maar al te goed herkende hem Kalypso, de stralende godin, toen ze hem zag.

 

 

 - Maar de fiere Odysseus trof hij niet binnen, nee, die zat te huilen op zijn vertrouwde plek op het strand, ten prooi aan tranen, treurnis en gezucht.
Hermes, de doder van Argus, sprak tot haar de volgende woorden:
”Zeus vroeg me hierheen te gaan, hij zegt dat een allerongelukkigste man bij jou is, wel de ongelukkigste van de strijders die vochten om Priamos' bolwerk. Op hun terugkeer beledigden zij Athene, die een vreselijke storm ontketende met enorme deining. Toen kwamen al zijn dappere mannen om, maar hem dreef de wind en de golven hierheen. Zeus droeg op hem ten spoedigste weg te laten gaan.
Kalypso huiverde, de stralende godin, en zij verhief haar stem en sprak tot hem de gevleugelde woorden:
"Hardvochtig zijn jullie, goden, en meer dan anderen jaloers, dat jullie godinnen misgunnen onverholen met sterfelijke mannen te slapen, als iemand hem maakte tot haar bedgenoot.”

- Zij nu, de eerbiedwaardige nimf, ging op weg naar de fiere Odysseus, nu zij de boodschap van Zeus had vernomen. De stralende godin kwam naderbij en zei tot hem:
"Rampzalige, zit me toch niet langer te treuren en verziek niet je leven, want nu is het zover dat ik je zal laten gaan met mijn instemming.”
Na deze woorden ging de stralende godin hem snel voor, en toen zij, de godin en de sterfelijke man, de gewelfde grot hadden bereikt, ging hij daar zitten in de armstoel, waaruit Hermes zopas opgestaan was.
En de nimf zette hem allerlei voedsel voor, om te eten en ook om te drinken, waaraan stervelingen gewend zijn. Zelf ging ze zitten tegenover de godgelijke Odysseus en voor haar zetten dienaressen ambrozijn en nektar klaar. Zij nu strekten begerig hun hand uit naar de gereedstaande spijzen.
- Toen zij zich verzadigd hadden aan eten en drinken, hervatte Kalypso, de stralende godin, het gesprek:
"Godgeboren, listenrijke Odysseus, Verlang je dus zozeer naar je vaderland, dat je nu direct wilt vertrekken? Wel, vaarwel dan. Maar waarlijk, als je hier zou blijven en samen met mij dit huis zou bewonen, dan zou je onsterfelijk zijn.”
Tot haar sprak ten antwoord de listenrijke Odysseus:

"Respectabele godin, neem dit me niet kwalijk: Maar toch wil en verlang ik elke dag weer
naar huis terug te keren en mijn thuiskomst te beleven.”
- Dat waren zijn woorden. En de zon ging onder en de schemer trad in. En beiden gingen zij naar achter in de gewelfde grot, en ze genoten het vrijen en sliepen bij elkaar.

 

 

Net als eerder Odysseus liet Calypso ons ook weer gaan.

 

Haar woning is nu een resort geworden waar mensen in een soort van weelde kunnen verkeren. Maar de omgeving zorgt ervoor dat men zich precies kan voorstellen in wat voor omgeving Odysseus zeven jaren tegen zijn zin zou hebben verbleven.
Zou het daadwerkelijk hier kunnen hebben plaatsgevonden? Uit te sluiten valt het in ieder geval niet.


De laatste dag aan de zuidkust – voordat we weer terug zouden keren naar Heraklion aan de noordkust - wilden we besteden aan de enige plek die we beslist niet mis hadden willen lopen, eigenlijk aan het westelijke deel van de zuidkust van Kreta. Een plek die we heel graag met onze eigen boot aan hadden willen doen, maar nu dat er niet meer in bleek te zitten was een taxibootje er naartoe ook goed.

Iets meer oostelijk, voorbij de rots van Kalypso, bevindt zich namelijk een tropisch strandje zoals je ze eigenlijk enkel in de Stille Oceaan zou verwachten. Het strand van Preveli...

 

Het is nauwelijks over land te bereiken want het bevindt zich aan het uiteinde van een kloof.
In de Tweede Wereldoorlog scholen hier – bij het klooster met die naam – buitenlandse troepen voor de Duitsers, en naderhand vluchtten ze vanaf hier naar Egypte.
In de jaren '60 van de vorige eeuw werd deze plek door hippies ontdekt die er onder de bladeren van palmbomen sliepen.

Natuurlijk is de plek nu een toeristische attractie en zijn er altijd veel mensen te vinden, maar de meesten blijven op of nabij het strand en gaan niet wat verder langs de rivier de kloof in.

Zodat men zich daar nog in het paradijs kan wanen.
We hadden daar graag net als die hippies vroeger wel een nachtje door willen brengen.


Maar dat had het lot niet met ons voor gehad. We zouden terug gaan naar Heraklion met de bus om de laatste dagen daar nog wat dingen te kunnen doen.


Die laatste dagen wilden we wijden aan die reiziger die zich tijdens onze reis zo kenbaar had weten te maken door op veel plaatsen waar we waren aan hem te laten denken door allerlei 'tekens', namelijk Odysseus.

Mogen veel van de plaatsen die hij op zijn zwerftochten na de val van Troje aandeed niet specifiek aan Kreta refereren, bij zijn thuiskomst op Ithaca in vermomming - waardoor hij zelfs voor zijn vrouw onherkenbaar bleef - heeft hij het wel specifiek over Kreta en zegt hij dat Odysseus daar was.
Aan de hand van beschrijvingen is op te maken dat dit wel eens zou kunnen kloppen.

"De wijze Penelope nam als eerste het woord:
"Gast, dit wil ik je eerstens graag vragen: Wie ben je en van waar? Waar is uw land en wonen uw ouders?
Tot haar nu ten antwoord sprak de listenrijke Odysseus:
"Vrouwe, Stel mij dus nu alle andere vragen in uw huis, maar vraag me niet naar mijn afkomst en vaderland.”
Hem antwoordde daarop de wijze Penelope:
"Beste man, de onsterfelijken vernietigden de pracht van mijn uiterlijk en voorkomen, sedert de Grieken zich inscheepten voor Ilios en mijn man Oysseus zich bij hen bevond. Maar niettemin, vertel me uw afkomst: waar komt u vandaan?”
- Tot haar sprak nu Odysseus:
” Zult u dan niet ophouden te vragen naar mijn herkomst? Er is een land 'Kreta', rondom bespoeld door de wijnkleurige zee, een mooi eiland en vruchtbaar. Erop wonen ontelbaar veel mensen in negentig steden. Het is er een mengelmoes van talen: die van de Achaiers, die van de trotse autochthonen, van de Kydonen, en van drie uiteengelegen stammen Doriërs alsook de nobele Pelasgen. Eén van die steden is Knossos, groot, waar Minos periodiek
negen jaar koning was, vader van mijn vader, de grootmoedige Deukalion.
Daar heb ik Odysseus gezien en als gast onthaald. Ook naar Kreta immers voerde de kracht van de wind hem, toen hij op weg was naar Troje en kaap Maleia voorbij voer.
Hij legde aan bij Amnisos, bij Eileithuia's grot, in een moeilijk bereikbare haven, hij haalde amper de luwte. ".


10 jaar ervoor waren we al eens te Amnissos en bij de grot van Eileithuia geweest. Toen hadden we echter nog niet geweten wat we nu wisten, dat Odysseus daar op zijn reis ook was geweest. En nu we net als Odysseus onze zeereis bij Kalypso hadden beëindigd leek het ons een mooi besluit dan tevens even Amnissos en de grot van Eileithuia te bezoeken.

De vorige keer – 10 jaar ervoor – waren we op de fiets in de bergen op weg naar de grot ineens op een plaats gestopt omdat 'iets' ons had getrokken. Nader onderzoek had ons toen geleerd wat het had betroffen, 'Het Gulden Vlies'.
Natuurlijk moesten we daar wel weer even aan terugdenken toen we weer op weg naar de grot waren.


Eileithuia is een Godin en de dochter van Hera en Zeus. Haar naam betekent zoveel als 'zij die verschijnt' en ze is de beschermgodin van voortplanting en bevalling.

 

De oude Minoïsche Kretenzers – dat eerste zeevolk – hadden meestal heiligdommen in de natuur waar zij zekere godheden vereerden. Grotten waren daar uitgelezen plaatsen voor.
Daarnaast hadden zij op diverse bergtoppen tempeltjes gebouwd die dienst deden als 'Heilige Hoogte' en waar dan een priesteres woonde. Odysseus' bezoek aan Circe doet daar nog het meeste aan denken.
Door het voortijdig moeten beëindigen van onze reis over zee langs de zuidkust van Kreta waren we eigenlijk niet op die plaatsen aangekomen waar de Minoïsche bevolking het langst had gezeten en waar de meeste van hun nederzettingen waren geweest. Waar dan ook het meeste van hen terug te vinden zou zijn.
We namen ons dan ook gelijk voor om in 2011 meteen in het oosten te beginnen. Waar een volk wat door latere Dorische invallers 'Eteocretenzers' (ware Kretenzers) werd genoemd lang stand had weten te houden. Waar deze Minoïers hun vooraanstaande doden begroeven. En waar dit oude en eerste zeevolk zelfs hun overslaghaven had.
Waar Zeus in een grot zou zijn geboren en waar Heilige Hoogtes te vinden waren van het type wat we ook op de Berg van God hadden gezien! Die daar Bethel had geheten, 'Huis van God'.

 

Maar nu wilden we het einde van wat als een zeereis langs de kust van Kreta begon, besluiten in het heiligdom van Eileithuia. Waar Odysseus eveneens aan land moest zijn geweest en waar hij dan beslist dit heiligdom wel zal hebben bezocht.

 

 

Nadat we de grot hadden bezocht reden we verder door het woeste en droge binnenland. De weg werd steeds slechter en we realiseerden ons dat we ergens een verkeerde afslag hadden genomen. We stopten even om ons te oriënteren en toen viel mijn blik op iets langs het pad.

 

 

Dat we 10 jaar geleden even de weg kwijt zouden zijn en dat onze blik toen werd getrokken door iets wat zich aan de kant van de weg bevond, dat leek een gelukkig toeval. Dat we toen iets zagen liggen wat we naderhand als het Gulden Vlies konden identificeren was een gelukkige tref.
Maar dat we nu – na weer even de weg kwijt te zijn geraakt op min of meer dezelfde plaats – weer iets dergelijks vonden! Dat kon dan toch geen toeval meer zijn?

We konden het niet anders dan als een enorme eer beschouwen dat we tot twee keer toe in de buurt van Amnissos en de grot van Eileithuia iets vonden wat zo veel weg leek te hebben van het Gulden Vlies.
Een mooier einde van onze eerste tocht in het spoor van de Zeevolken konden we ons niet wensen.

Nu kunt u zich natuurlijk blijven afvragen wat het Gulden Vlies dan precies moet betekenen voor wie het vindt?

Het Gulden Vlies is eigenlijk de huid van Chrysomallos, de zoon van Poseidon en Theophane. Deze bekoorlijke en zeer geliefde vrouw was door de Zeegod in een schaap omgetoverd en nadat hij zichzelf als een ram aan haar had getoond kregen zij een 'lammetje' wat Chrysomallos kwam te heten en een gouden vacht bezat - de betekenis van de naam. Chrysomallos kon vliegen, kon spreken en hij kon zwemmen. Om op een zeker moment een vrouw - Helle- van het offeraltaar te redden bood hij zichzelf als offer aan de God Ares aan, zijn huid moest ergens aan de kust worden opgehangen.

In de Griekse oudheid werd het een zeer geliefd symbool waarvoor men moeite wilde doen om het in bezit te krijgen.En niet enkel in de Griekse oudheid, want in 1430 werd door Filips de Goede te Brugge de 'Orde van Het Gulden Vlies' ingesteld. Een orde die zelfs erkend zou worden door de paus. Wat eigenlijk aangeeft dat het vooral een religieuze orde moet hebben betroffen. En religie was nu juist datgene wat ons in het jaar 2000 voor het eerst naar Kreta had doen gaan, en nu opnieuw. Al had het lot voor ons beslist dat er eerst 'offers' moesten worden gebracht, zoals in de religieuze rituelen van die tijd gebruikelijk was geweest. Daarmee was de vondst ervan voor ons dus eveneens een mooi symbool voor onze reis door de tijd, als het ware. Een reis die met deze vondst beslist nog niet ten einde was, want waar het ons met onze reis om was gegaan dat hadden we eigenlijk nog niet bereikt.

---------------------------------------------------------------------

Bovenstaande geeft aan dat mijn verhaal 'In het spoor van de Zeevolken' dus duidelijk nog niet ten einde is. Echter kan ik hier pas mee verder gaan als we onze tweede reis langs de zuidoostelijke kust van Kreta hebben volbracht.
De GPS is reeds geprogrammeerd en de meeste reisvoorbereidingen zijn al getroffen.
Van die eerste reis hebben we weer enorm veel kunnen leren. Zo weten we nu bijvoorbeeld dat we gelijk al beter hadden moeten luisteren naar de informatie die de Keftiu ons hebben nagelaten over hun eiland, en hoe zij zelf langs de kusten ervan voeren.
We zullen onze reis over zee dan gaan beginnen waar we vorig jaar hadden willen eindigen, vlakbij kaap Sideros.
En juist daar zijn tevens de meeste sporen te vinden van die eerste zeevaarders.
Zoals bijvoorbeeld de overslaghaven Itanos die nu onder water ligt.
En de 'Heilige Hoogtes' Petsophas en Traestalos, in de buurt van Palekastro, zoals die in het Heilige Land (Palestina) eveneens te vinden waren.
Zakros, waar zich een dodenvallei bevond die eenzelfde functie moet hebben gehad als die te Petra in Jordanië.
Lefki of Koufonissi, het purpereiland waar eerst de Keftiu en later Feniciërs, Grieken en de Romeinen hun 'keizerlijk' purper zouden winnen.
En nog veel meer specifiek Minoïsche restanten die aangeven dat de beschaving en de kennis van dit zeevolk in hoogtijdagen superieur was aan de wijde omgeving.


Deze keer zullen we dan van oost naar west langs de zuidkust gaan varen, net als de Keftiu dat deden.

 

Onze zeilkajak heeft nu een nieuwe en steviger mast. Want de oude bleek niet helemaal ongeschonden uit die westerstorm tevoorschijn te zijn gekomen.

Zo kan men gelijk een idee krijgen wat voor krachten er op die mast met zeil moeten hebben gestaan tijdens die storm.

Het gegeven dat ik de latijn-tuigage van de boot niet kon reven stoorde mij eveneens flink, want wat had ik gaarne van zo´n mogelijkheid gebruik gemaakt toen we met die harde wind - west 6 - op zee zaten.
Ik ben toen maar op zoek gegaan naar een goede oplossing en vond die... bij weer een ander zeevolk wat al duizenden jaren met catamarans en dergelijke op de Stille Oceaan vaart: de Polynesiërs.
Die gebruiken namelijk een soortgelijke tuigage voor hun vaartuigen en die reven ze als volgt met harde wind…

Nu we dit eenmaal weten en de vallen en blokken daarop hebben aangepast zullen we nu wel kunnen reven als we verrast zouden worden door harde wind.

Wat betreft het verlijeren wat de boot deed tijdens de door mij beschreven storm bij Agia Roumeli - toen de zwaarden hun werk niet leken te doen - dat kwam inderdaad doordat ik ze op dat moment verkeerd had geplaatst. Ik had ze iets teveel naar het midden van de boot gezet terwijl ze eigenlijk zo dicht mogelijk in de buurt van de mast hadden moeten staan. Ik heb er sindsdien nooit meer last van gehad.

We hebben allebei nieuwe horloges moeten kopen - deze reis had 'de tijd' duidelijk als thema gehad - en we beschikken nu allebei over nieuwe - en waterdichte - camera's. En iets om de camera mee aan de boot vast te koppelen in het geval er in de toekomst weer eens sprake mocht zijn van omslaan.

Eind juni dit jaar – als we weer terug zijn uit Kreta zal deze serie vervolgd kunnen worden. En ik hoop met veel meer informatie nu over die zeevolken en hun cultuur, die zo'n stempel zouden drukken op onze huidige beschaving.

Wordt dus vervolgd...

 

 

Gerelateerd aan deze publicatie:
Jean-Bob: Terug van een tweede tocht langs de kusten van Kreta - en deze keer de verre oostelijke zijde van het eiland - heb ik heel veel over de allereerste zeevolken mogen ervaren, waaronder hun mogelijke herkomst en dit was ergens toch nog een verrassing voor me. Ik denk dat als ik de serie over de zeevolken ga vervolgen ik met tamelijk veel interessant materiaal zal kunnen komen. Ik heb echter eerst nog wel even de tijd nodig om te resumeren, het allemaal een plaatsje te geven. Want het is wel zoveel ......
Op 01-07-2011 22:02:46 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2013Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden